- Energie en klimaatbeleid
- Overheid en haar personeel
- Overheidsmanagement en beleid
- +2
Lode De Waele
Assistent professor aan het departement bestuurskunde en organisatiewtenschappen van de Universiteit Utrecht / Voorzitter denktank Eleni.
Over Lode
Ik ben assistant professor aan de Universiteit Utrecht (Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschappen), waar ik onderzoek en onderwijs verzorg op het snijvlak van overheidsmanagement, integriteit en governance. Mijn expertise is opgebouwd vanuit zowel academische verdieping als praktijkgerichte samenwerking met publieke organisaties, met specifieke aandacht voor corruptierisico’s, integriteitsbeleid, verantwoordingsmechanismen en de inrichting van (publieke en semipublieke) governance-structuren.
Daarnaast ben ik gastdocent aan de Universiteit Antwerpen en aan de KU Leuven (Instituut voor de Overheid), waar ik mijn kennis over bestuur, organisatie en integriteit inzet in opleidingen voor (toekomstige) professionals en beleidsmakers. Ik ben tevens voorzitter van denktank Eleni, wat mijn ervaring in wetenschapscommunicatie en het vertalen van onderzoek naar publiek debat en beleid versterkt.
Eveneens schrijf ik het corruptierapport mee voor België voor de Europese Commissie, aangezien ik ben aangeduid als LRCC (Local Respondent on Corruption) voor België.
Tot slot ben ik de grondlegger van de jaarlijkse integriteitsbarometer voor publieke organisaties, SI-GRID. Via dit initiatief werk ik aan de ontwikkeling en toepassing van meetinstrumenten die integriteit en governance in publieke organisaties zichtbaar en bespreekbaar maken. Hierdoor combineer ik inhoudelijke expertise met methodologische ervaring en een sterke focus op maatschappelijke impact. Hiervoor is ook ruimte media-aandacht geweest via zowel de geschreven pers als via het nationale radionieuws.
Voor journalisten
Contactgegevens van Lode
Log in of registreer gratis als journalist om de contactgegevens van deze expert te zien. Met een werk-e-mailadres is je account meteen actief.
Werkervaring
-
Assistent professor
Opleiding
-
Master in de Toegepaste Economische Wetenschappen
-
Doctoraat in de Toegepaste Economische Wetenschappen
Onderzoek
Zie publicaties: uu.nl/medewerkers/LDeWaele1/Publicaties
How Dark Triad Traits Moderate the Relationship between Motivation and Affective Commitment
Deze publicatie onderzoekt waarom sommige werknemers zich sterk emotioneel verbonden voelen met hun organisatie en anderen minder, en kijkt daarbij naar het verschil tussen intrinsieke motivatie (werk doen omdat je het interessant of zinvol vindt) en extrinsieke motivatie (werk doen voor beloning of druk van buitenaf). In een quasi-experimenteel onderzoek bij 254 medewerkers van een Belgische privéorganisatie combineerden de auteurs klassieke vragenlijsten met korte scenario’s (vignetten) om zowel algemene attitudes als reacties op concrete situaties te meten. Ze vinden dat meer intrinsieke motivatie samenhangt met méér affectieve betrokkenheid, terwijl extrinsieke motivatie juist samenhangt met mínder affectieve betrokkenheid. Vervolgens tonen ze dat persoonlijkheidskenmerken uit de “Dark Triad” (zoals manipulatief of egocentrisch ingestelde trekken) deze verbanden kunnen versterken, verzwakken of verschuiven, afhankelijk van het type trek. Tegelijk waarschuwen de auteurs dat de uitkomsten niet altijd identiek zijn tussen de survey- en vignette-metingen, wat betekent dat de conclusies genuanceerd geïnterpreteerd moeten worden.
Deze studie onderzoekt of studenten, onder druk en stress, eerder geneigd zijn om “omkoopgedrag” te gebruiken om een belangrijk examen te halen. De auteurs deden een vignette-onderzoek (korte, realistische scenario’s) met 624 studenten in Duitsland, België en Nederland en tonen dat studenten duidelijke grenzen trekken tussen verschillende “gradaties” van omkoping. Een meerderheid vindt het relatief aanvaardbaar om emotionele beïnvloeding te gebruiken (bijvoorbeeld aandringen op medelijden of uitzonderingen) om toch te slagen, terwijl het aanbieden van geld of concrete wederdiensten veel minder acceptabel wordt gevonden. Tegelijk blijkt dat studiegerelateerde burnout samenhangt met een grotere bereidheid om net die zwaardere, donkerdere vormen van omkoping te overwegen, en dat “commitment aan het publieke belang” maar beperkt beschermt tegen dit soort onethisch gedrag. De kernboodschap is dat integriteitsproblemen in hoger onderwijs niet alleen een kwestie zijn van regels en toezicht, maar ook van welzijn en prestatiedruk: wie meer uitgeput is, schuift makkelijker op richting grensoverschrijdend gedrag
Deze studie onderzoekt een paradox in de publieke sector: mensen met veel public service motivation (een sterke motivatie om anderen en het algemeen belang te dienen) kunnen juist vaker geneigd zijn om regels te “buigen” om iemand te helpen (prosocial rule-breaking). De auteurs testen dit met een vignettenstudie in België, Duitsland en Nederland (in totaal 928 observaties), waarin respondenten moeten aangeven hoe ze zouden handelen in concrete dienstverleningssituaties. Ze vinden aanwijzingen dat hogere public service motivation samenhangt met een grotere kans op dit soort goedbedoeld regels overtreden, en dat vooral de (on)sympathiekheid van de cliënt sterk meeweegt: wie als aangenamer wordt ervaren, krijgt sneller een minder strikte toepassing van regels. Opvallend is dat negatieve signalen (die een cliënt “minder aangenaam” maken) sterker wegen dan positieve signalen, waardoor het effect asymmetrisch is. De kernboodschap is dat goedbedoelde soepelheid kan uitmonden in ongelijke behandeling , waardoor organisaties niet alleen moeten sturen op “dienstbaar zijn”, maar ook op consistente en eerlijke regeltoepassing.
Deze studie onderzoekt waarom sommige mensen sneller bereid zijn om een vorm van omkoping te gebruiken, en kijkt daarbij naar twee drijfveren: public service motivation (PSM) (de wens om het publieke belang te dienen) en social value orientation (SVO) (hoe sterk je van nature met het welzijn van anderen begaan bent). In een gerandomiseerd vignette-experiment met studenten in België (n=220), Duitsland (n=211) en Nederland (n=193) kregen deelnemers scenario’s voorgelegd die verschilden in de “zwaarte” van het omkoopgedrag, waarna hun bereidheid om te omkopen werd gemeten. De resultaten laten zien dat PSM samenhangt met omkoopbereidheid, maar dat dit niet louter “beschermend” hoeft te werken: juist een sterke andere-gerichte oriëntatie (SVO) en kenmerken zoals veel compassie kunnen, in sommige contexten, óók samengaan met méér bereidheid tot (met name subtielere) vormen van omkoping. Met andere woorden: mensen die sterk gericht zijn op anderen kunnen zichzelf soms makkelijker rechtvaardigen dat “een duwtje” geoorloofd is om een doel te bereiken, zeker bij grijze of witte varianten (zoals emotioneel pleiten of een kleine wederdienst) in plaats van de klassieke “bruine envelop”. De praktische boodschap is dat anticorruptiebeleid niet alleen moet letten op regels en sancties, maar ook op morele rationalisaties en op het feit dat goedbedoelde, pro-sociale motieven in bepaalde situaties toch richting grensoverschrijdend gedrag kunnen duwen.
In dit landenhoofdstuk van het EU “Rule of Law Report 2025” over België (8 juli 2025) stelt de Europese Commissie dat de ervaren onafhankelijkheid van de Belgische justitie hoog blijft , maar dat de werking onder druk staat door structurele tekorten in mensen en middelen en dat er een langetermijnaanpak nodig is (onder meer om procedures sneller te laten verlopen). Verder kondigt het rapport aan dat er nieuwe onderzoeks- en vervolgingsstructuren komen die ook corruptie moeten aanpakken, maar het wijst tegelijk op blijvende zorgen rond de opvolging en handhaving van integriteitsbeleid , de controle en transparantie van belangen- en vermogensaangiften , en het uitblijven van een beslissing over lobbyregels (zoals een register en “legislative footprint”). Het rapport gaat ook in op media en openbaarheid: de regelgevende instanties behouden een stevig juridisch kader, maar publieke omroepen kampen met governance- en budgetdruk, en hoewel er stappen zijn gezet rond toegang tot bestuursdocumenten , zijn verdere procedurele verbeteringen nodig. Daarnaast signaleert de Commissie aandachtspunten rond mensenrechten en rechtsstatelijke naleving , zoals zorgen over middelen voor het gelijkheidsorgaan en beperkte vooruitgang om ervoor te zorgen dat overheden definitieve rechterlijke uitspraken effectief uitvoeren. Samengevat vraagt de Commissie België vooral om door te zetten op (1) structurele versterking en efficiëntie van justitie, (2) strengere integriteitsregels (gifts/revolving doors), (3) een volwaardig lobbykader, (4) betere openbaarheid van bestuur, en (5) betere naleving van rechterlijke uitspraken .
SI-GRID: Integriteitsbeleidsbarometer
Dit SI-GRID-rapport van Sensello introduceert een publieke integriteitsbeleidsindicator waarmee het integriteits- en governancebeleid van (semi-)publieke organisaties voor het eerst systematisch en vergelijkbaar in kaart wordt gebracht, en het toont dat de verschillen tussen organisaties aanzienlijk zijn. De analyse wijst vooral op risico’s rond politisering van bestuur en auditcomités , waardoor belangenconflicten en minder onafhankelijk toezicht kunnen ontstaan en het vertrouwen van burgers en medewerkers onder druk komt te staan. Ook de omgang met klokkenluiden verschilt sterk: sommige organisaties beperken zich tot interne kanalen, andere werken met externe meldpunten, maar echte onafhankelijkheid blijft kwetsbaar als opvolging of financiering te dicht bij de organisatie ligt, en opvallend is dat slechts één organisatie (De Lijn) concrete meldstatistieken publiek maakt. Daarnaast stelt het rapport dat organisaties nog te vaak leunen op codes en charters zonder meetbare evaluatie, dat geen enkele onderzochte organisatie systematisch integriteitsscreening of periodieke hertesten inzet voor risicofuncties, en dat variabele beloning doorgaans KPI-gedreven is zonder integriteits- of risicobeheerindicatoren. De conclusie is dat een geloofwaardige ethische cultuur méér vraagt dan papier: meer transparantie , minder politisering , sterker en onafhankelijker toezicht , en structurele, toetsbare maatregelen (zoals screening en integriteits-KPI’s) om van “schijnintegriteit” naar aantoonbare integriteit te evolueren.
Publicaties
Academische vrijheid is de zuurstof van een gezonde democratie
Stille revolutie: hoe ChatGPT het academische landschap hervormt
De Bijzondere Financieringswet (BFW) als voorbode van het confederalisme
Klassieke manier waarop wetenschap wordt beoefend staat onder druk: hoe kunnen we het tij keren?
Belgische overheidsbedrijven delen geen info over klokkenluiders: “Ontnuchterend”
Lidmaatschappen
Denktank Eleni.